Het brein

Waarom doen mensen wat ze doen? Daardoor moet je meer inzicht krijgen in de rol van het brein. Hoe werkt het brein en hoe kun je met de kennis over het brein jezelf en je relaties met anderen verbeteren. Door inzicht te krijgen in het brein leer je welke invloed het brein heeft op ons gedrag, jouw prestaties, je motivatie en de samenwerking met anderen.

Het brein bestaat uit drie hoofdonderdelen namelijk: grote hersenen, kleine hersenen en de hersenstam. Het brein is een grote verzameling van neuronen die van het ene hersengebied naar het andere gaan, waarbij er non-stop informatie-uitwisseling plaatsvindt. Het gemiddelde gewicht is bij een man is 1300 gram en bij de vrouw 1200 gram. De hersenschors (grote hersenen) is verdeeld een aantal secties en heeft als belangrijke functies: denken en doen.

De drie delen van het brein

De hersenstam (reptilian)

Dit is de basis van de hersenen. Het autonome zenuwstelsel ligt in het centrum van de hersenstam en bestuurt alle automatische processen zoals o.a.: de ademhaling, lichaamstemperatuur en hormonen. Hiertoe behoren ook het centra die met angst, agressie, seks, honger, waken en slapen te maken hebben. In dit deel van de hersenen ontbreken de typisch menselijke eigenschappen als: gevoelens, taal, abstract denken en bewustzijn.

Het oude brein (limbisch systeem)

Het limbisch systeem is betrokken bij onbewust, instinctief gedrag, bij emoties en stemmingen en bij de lichamelijke reactie daarop. Maar ook bij regulering van de emotionele reactie. Daarnaast is het betrokken bij leren en geheugenwerking, en bij het reuksysteem.
Het limbisch systeem combineert ‘primitievere’ hersenfuncties zoals instinctief gedrag met ‘complexere’ hersenfuncties zoals het bijsturen van emotionele reacties. Het is evolutionair gezien het oudste deel van de menselijke hersenen. 

Het nieuwe brein (de hersenschors)

In de hersenschors spelen het denken, herkennen, combineren, leren en vergeten. In de hersenschors liggen de centra van Vernikkel en Brokaat verantwoordelijk voor het menselijke taalvermogen. De mens is uniek ten opzichte van dieren door een bewustzijn (vermogen tot besef, weten, erkennen van zichzelf en dingen en bewuste gewaarwording van zintuiglijke waarnemingen).

De verschillende culturen

Iedere cultuur heeft zijn eigen normen, waarden  en omgangsvormen. Omgangsvormen zijn de manieren waarop je omgaat met anderen. Het is meestal aangeleerd gedrag dat past bij de cultuur van het land van herkomst. In iedere cultuur zijn er mensen die anders denken en andere gewoonten hebben. De omgangsvormen van de verschillende culturen hebben ook een invloed op jouw  gedrag. Door te Brainclicken ben je in staat rekening te houden met de gewoonten van andere culturen.

De hersenhelften

Je hersenen bestaan uit twee helften die hemisferen worden genoemd. Beide hemisferen hebben dezelfde opbouw, maar hebben ook allebei hun voorkeuren. Zo wordt bijvoorbeeld taal bij de meeste mensen voornamelijk aan de linkerkant verwerkt. Maar deze voorkeur betekent niet dat de rechterhelft er niets over te zeggen heeft.

Beide hersenhelften communiceren constant met elkaar. De twee hersenhelften zijn meestal symmetrisch maar er is aangetoond dat elke helft enigszins anders functioneert. De rechterhersenhelft wordt geassocieerd met creativiteit en de linker met logisch denken. De cortex (grote hersenen) wordt geassocieerd met “hogere” informatieverwerking door meer volledig ontwikkelde dieren (zoals mensen, primaten, dolfijnen, enz.). De kleine hersenen worden geassocieerd met regulering en coördinatie van beweging, houding en balans.

Linkerhersenhelft

Rechterhersenhelft

logisch

gevoelsmatig

verbaal

non-verbaal

analyse

synthese

letterlijk

metaforisch, verbeelding

lineair

ruimtelijk

taal

herkennen van gezichten

intelligentie

intuïtie, creativiteit

wetenschappelijke kennis

gevoelsmatig begrijpen

direct, functioneel, zakelijk

 

wiskunde

muziek, ritmegevoel

De verschillen tussen mannen en vrouwen

Mannen en vrouwen scoren over het algemeen even goed op een algemene IQ test. Maar wel is gebleken dat mannen en vrouwen op sommige deelonderwerpen afhankelijk van hun geslacht beter of minder scoren. Het is dus niet waar dat één van de beide geslachten slimmer zou zijn dan de ander. Mannen hebben gemiddeld 16 procent meer hersencellen dan vrouwen, maar bij vrouwen is het limbisch systeem (het centrum van de emoties in onze hersenen) weer veel groter dan bij mannen. Ook is de hersenbalk (corpus callosum) tussen  de twee hersenhelften bij vrouwen groter, waardoor deze twee helften beter kunnen samenwerken. Mannen gebruiken de beide helften van hun hersenen meestal voor specifieke doelen terwijl bij vrouwen de twee helften meestal samenwerken.